Impact maatregelen Life ACLIMA op wateruitdagingen 2050 voor ons watersysteem. Een beoordeling op lange termijn en grote schaal aan de hand van computermodellen.

Glastuinbouw

Melkvee

Openlucht

Pluimvee

Zacht fruit

Externe waterbronnen

Inzetten op waterinfiltratie

Verhogen van hemelwatergebruik

Waterbesparing

Waterhergebruik

Kunnen we de impact van klimaatverandering op ons watersysteem met maatregelen opvangen? Om de effecten van maatregelen te begrijpen op lange termijn en bij grootschalige toepassing, zetten we computermodellen in. Zo kunnen we onderzoeken hoe maatregelen werken bij periodes van extreme droogte en overstromingen. 

Modellen laten ons ook toe om vooruit te kijken, en de impact van klimaatverandering te onderzoeken. De wateruitdagingen richting 2050 zijn groot voor ons watersysteem: onder meer bodemvocht en het aantal dagen met laagwater op de rivieren veranderen in negatieve zin, maar verschillende ingrepen op landbouwbedrijven kunnen ons wel degelijk helpen. Het verhogen van de drainagebasis levert het grootste voordeel op.

Door de verschillende maatregelen die binnen Life ACLIMA onderzocht worden, te implementeren in een computermodel van onze waterlopen, komen we te weten in welke mate ze kunnen bijdragen aan klimaatadaptatie. Idealiter willen we een scenario vinden dat ons toelaat om de impact van klimaatverandering minstens op te vangen. In welke mate dat lukt, onderzoeken we voor de beekvalleien van de Goorbosbeek (Sint-Katelijne-Waver, Duffel) en de Itterbeek (Duffel, Lier). In wat volgt focussen we op de resultaten voor de Goorbosbeek, maar de resultaten zijn gelijkaardig voor de Itterbeek.

Een eerste belangrijk resultaat is dat we het bodemvocht kunnen herstellen. Het bodemvocht is het water dat ondiep onder de grond zit, en planten nodig hebben om te overleven. We slagen erin om het bodemvochtpeil, bij gemiddelde klimaatverandering, gelijk te houden aan de waarden van het huidig klimaat, maar moeten hiervoor wel veel maatregelen  op het terrein realiseren. Zowel bij gemiddelde (‘mean cc’) als sterke klimaatverandering (‘high cc’) merken we dat de hoeveelheid bodemvocht daalt tot onder het historisch niveau als we geen actie nemen. En dat kan een grote impact hebben op de landbouwbedrijfsvoering, maar ook op natuur.

Door het nemen van maatregelen kunnen we het dalen van het bodemvochtpeil beperken. Naarmate het aantal maatregelen toeneemt, wordt de impact door klimaatverandering op het bodemvocht meer en meer beperkt. Onder gemiddelde klimaatverandering wordt het met veel maatregelen zelfs mogelijk om de hoeveelheid bodemvocht en dus de waterbeschikbaarheid te verhogen. Het uitrollen van veel maatregelen zal evenwel niet evident zijn: om het bodemvocht op het historisch niveau te houden, moet in 20% (‘gemiddelde hoeveelheid maatregelen’) tot 50% (‘veel maatregelen’) van het landschap de drainagebasis worden verhoogd. Dat kan bijvoorbeeld via het dempen van grachten, het plaatsen van stuwtjes, het overschakelen van klassieke drainage naar peilgestuurde drainage … Andere maatregelen kunnen ook het bodemvocht herstellen, zoals het verhogen van het koolstofgehalte in de bodem, maar werden binnen ACLIMA niet onderzocht en gekwantificeerd.

Het lukt echter niet om voor alle onderzochte indicatoren het historisch niveau te behouden. In het geval van laagwaterdagen op de waterlopen zien we dezelfde trend terugkeren als bij het bodemvocht: door klimaatverandering neemt het aantal laagwaterdagen sterk toe. Hoewel de uitrol van maatregelen hier enige impact op heeft, blijft het aantal laagwaterdagen per jaar toch op meer dan 30 (bij gemiddelde klimaatverandering, mean cc) tot zelfs meer dan 50 (bij sterke klimaatverandering, high cc) steken. Het historisch niveau ligt lager dan 30 dagen. De binnen ACLIMA onderzochte adaptatiemaatregelen blijven evenwel belangrijk. Ze verlagen alsnog de druk op kritische waterbronnen en verlichten hoe dan ook de impact van klimaatverandering op het watersysteem. Maar uit resultaten als deze, wanneer het perspectief van de beekvalleien wordt gebruikt, blijkt dat bijkomende maatregelen eveneens cruciaal zijn om de impact van klimaatverandering te beperken.

Uit het modelleringsonderzoek blijkt dat de binnen Life ACLIMA onderzochte maatregelen zeker belangrijk en nodig zijn, maar dat ze in grote mate moeten worden uitgerold om klimaatverandering werkelijk tegen te gaan. Tegelijkertijd moeten ze worden geflankeerd door andere maatregelen, zodat er effectief een weerbaar sponslandschap kan worden gecreëerd. Om de maatregelen te helpen uitrollen en ideeën te bieden voor de flankerende maatregelen worden gebiedsvisies uitgewerkt voor de onderzochte beekvalleien. Deze zullen enkele handvaten bieden om concreter met deze informatie aan de slag te gaan.

Contactpersoon:

Dr. ir. Jorn Van de Velde

Sumaqua

Gerelateerde acties